Project Cevennen

18-25 juni 2016

Standplaats is Meyrueis. Daar kun je niet omheen. Meyrueis is de centrale plaats in het achtvormige parcours van de Ronde van de Mont Aigoual, zoals beschreven in De Renner van Tim Krabbé. "Niet-wielrenners. De leegheid van die levens schokt me." Verplicht leesvoer voor deze trip.

We hebben genoeg materiaal voor vijf etappes. In totaal liggen er meer dan 500 kilometers asfalt en ruwweg tienduizend hoogtemeters klimgenot (en daalgenot) voor ons klaar. Op de rustdag kunnen we desgewenst een bezoek brengen aan de Aven Armand.

 

De Cevennen liggen in de zuidoostelijk hoek van het Centraal Massief. Voor een groot deel bestaat het landschap uit golvende hoogvlakten, de Causses, die een desolate indruk maken. Velen vinden dit landschap prachtig, sommigen eentonig. Druk is het er in elk geval niet.

 

Echt indrukwekkend wordt het landschap waar de hoogvlakten doorsneden worden door diepe kloven, de Gorges, uitgesleten door rivieren als de Tarn, de Jonte en de Dourbie. De hoogteverschillen variëren rond de 500 meter. Dat bepaalt het karakter van de beklimmingen: niet lang, maar ze kunnen soms vrij steil zijn.

 

De zuidoostelijke hoek wordt gedomineerd door de Mont-Aigoual . Deze vormt de waterscheiding tussen de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. Hoewel het klimaat in de Cevennen mediterraan is, regent het hier nog wel eens. We zullen deze berg beklimmen en komen daarbij boven de 1500 meter. Ook in de etappe in de noordoosthoek, bij Mont Lozère, komen we twee keer rond de 1500 meter.